Afgelopen dinsdag heeft een Kamermeerderheid ingestemd met het voorstel om de speciale cao voor onderwijsbestuurders af te schaffen. De arbeidsvoorwaarden zouden dan weer gelijk getrokken worden met die van al het onderwijspersoneel.

In 2011 werd door het CDA een aangepaste cao voor bestuurders in het onderwijs voorgesteld en deze is vorig jaar ingevoerd. Bestuurders hebben vanuit de speciale cao geen recht op lange vakanties en seniorendagen, maar de aanpassing leidde ook tot een loonsverhoging van 15 procent. Vervolgens zijn alle salarissen in het onderwijs, van zowel bestuurders als leraren, op de nullijn vastgezet.

Kritiek
Afgelopen dinsdag stemde D66, PvdA en SP in met de motie om bestuurders weer in dezelfde cao als docenten en onderwijsassistenten te plaatsen. Belangrijkste kritiekpunt is dat specifieke onderwijsregelingen omgezet worden in geld. Met die regelingen worden vakantie- en seniorendagen bedoeld, die volgens critici niet van belang zijn voor bestuurders, maar alleen voor de leraren. Bestuurders ontvangen door de speciale cao geld, een maximale loonstijging van 15 procent, ter compensatie. Overigens wordt door de VO-raad ontkent dat deze loonstijging zou zijn afgesproken. Woorden als ‘bizar’ en ‘frappant’ worden door verschillende partijen genoemd met betrekking tot de loonstijging voor bestuurders. De nieuwe cao zou er voor moeten zorgen dat beloningen voor onderwijsmanagers transparanter en rechtvaardiger worden.

Minder salarisverschil
Een ander voorstel dat op steun kan rekenen van PvdA en D66, is om de salarissen van onderwijsbestuurders en leraren meer in lijn met elkaar te brengen. Hierdoor zou het onmogelijk worden dat bestuurders hun loon flink zien stijgen, terwijl de rest van het onderwijspersoneel op de nullijn blijft. De Algemene Onderwijsbond (AOb) staat positief tegenover de kabinetsplannen en ziet kansen om grote salarisverschillen te voorkomen.